Afdragen 2

Vorm:
Niveau:
Aantal personen:
Positie van de boven: ,
Positie van de onder:

In grote lijnen dezelfde truuk als Afdragen 1;

Boven staat op de schouders bij Onder.

O en B pakken elkaar in de vinger-pols-greep. B brengt zijn handen achter zijn billen en het bovenlijf naar achteren.
B blijft met beide benen op de schouders van O staan totdat de handen geplaatst zijn.
Het gewicht van B blijft recht boven de schouders van O.
Belangrijk is dat B de armen van O niet mag belasten voordat de handen geplaatst zijn. Dus breng je heup omhoog en trek de armen van O iets op.
O helpt mee met het plaatsen van de handen en probeert daarbij zijn armen gestrekt te houden.

Als B niet je armen strekken, dan druk je jezelf namelijk naar achteren. Ga op je handen liggen, armen ontspannen; je zwaartepunt ligt onderaan je rug net boven de billen.
Staan de handen goed dan brengt B zijn bovenlijf verder naar achteren en brengt B beide benen tegelijk naar voren en zijn bovenlijf zover naar achteren dat het gewicht recht boven O blijft.
O heeft zijn armen gestrekt en heeft het gewicht van B recht boven zich. B ligt in plank.

O zet B nu langzaam naar de grond. Tijdens het neerzetten zet O zijn handen verder op zodat B niet naar achteren valt.

Afdragen 2
source: 
Uit 'Akrobatiek' van Gerard en Benny Huisman