Bolk hoog met drieën

Vorm:
Niveau:
Aantal personen:
Positie van de boven:
Positie van de onder:
Gymfiguur:

Deze truuk voer je uit met twee onderpersonen, O1 en O2, en met een bovenpersoon. B staat bij O1 op de schouders. O2 gaat tegenover O1 staan. O1 legt zijn armen gestrekt op de schouders van O2, die zijn armen schuin omhoog strekt.

B legt zijn schouders in de handen van O2, zoals voor de bolk op knieën, en pakt de bovenarmen van O1.

B strekt zijn armen, springt in de bolk en steunt op O1 en O2.

B strekt nu zijn benen.

Voor deze truuk is het handig als O1 even lang of langer is dan O2 maar niet korter, omdat anders de insprong naar de bolk voor B moeilijk is. Grote lengteverschillen worden gecorrigeerd door de benen iets meer of minder te buigen.

Bolk hoog met drieën Bolk hoog met drieën Bolk hoog met drieën
Bolk hoog met drieën Bolk hoog met drieën
source: 
Uit 'Akrobatiek' van Gerard en Benny Huisman