Ruitje / Sprinkhaan

Vorm:
Niveau:
Aantal personen:
Positie van de boven: ,
Positie van de onder:

Boven en Onder staan tegenover elkaar. Boven heeft armen gebogen en de handen lichtjes op de schouders van Onder.

De Onder geeft een kort signaaltje op de heupen van Boven en daarop zet Boven de sprong in. Tegelijkertijd gaat de Onder in het tempo mee omlaag en grijpt net boven de knieën van de Boven.

De Onder verlengt de sprong van de Boven door de knieën mee te tillen. De Boven springt eerst omhoog, en hoekt op het hoogste punt, over de Onder heen, naar voren. Dan is het hoofd van de Boven achter het hoofd van de Onder, en de heupen van de Boven recht boven het hoofd van de Onder.
De Onder tilt door en strekt zijn/haar armen naar voren omhoog uit.

De boven blijft vormvast. Het is belangrijk dat de hoek constant blijft. Indien de 'hoeking' van de Boven te klein is, moet de boven erg hoog dragen, en als ie te grootis , ligt de Boven op het hoofd van de Onder.

Verder moet de Boven durven om over het hoofd van de Onder heen te gaan, dus bij wijze van spreken in het 'gat' achter Onder. De balans blijft echter recht boven de Onder want de benen van de Boven zijn voor de Onder dus moet de Torso en het hoofd van de Boven achter de Onder zijn.

Als de sprinkhaan uitgezet is, buigt Boven de onderbenen. Hierdoor worden de knieën aangespannen, en kan de onder makkelijk dragen. Indien dit stabiel is, kan de Onder dit ook op een hand dragen. En indien dat ook stabiel is, kan het door naar een hoge vlinder.

variaties: 

De Sprinkhaan kan ook worden begonnen vanuit een knieën-grada.

vangen: 

Bij de bovenarmen van de boven, vooral in de eindpositie, zodat de boven niet achter de onder valt. De Onder moet eventueel kunnen lopen (naar voor en achter) om de Boven te balanceren.

Ruitje / Sprinkhaan
international: 
Deutsch: Heuschrecke Eglish: Grasshopper Srpskohrvatski: Skakavac
source: 
Foto van Om en nabij: http://www.acrobatiek.nl/